Bordspellen top 10: de tien beste bordspellen om mee te beginnen
6 december 2024

Iedereen die begint met moderne bordspellen loopt tegen dezelfde vraag aan: waar begin je, als er duizenden dozen zijn en iedereen iets anders roept. Deze bordspellen top 10 is ons antwoord. Tien spellen die we allemaal zelf vaak gespeeld hebben, en waarvan er negen een grote prijs hebben gewonnen of daarvoor genomineerd zijn.
Het zijn niet de zwaarste spellen en niet de nieuwste. Het zijn de tien die het vaakst blijven werken: bij mensen die net beginnen, bij mensen die al twintig jaar spelen, en bij die ene neef die zegt dat hij niet van spelletjes houdt.
We tellen af van tien naar één.
Staat er iets tussen dat op dit moment niet leverbaar is? Laat het ons weten, dan bestellen we het voor je bij. Zo weet je meteen wanneer het binnen is.
Hoe deze bordspellen top 10 is samengesteld
Drie dingen wogen mee.
Ten eerste de prijzen. Negen van de tien spellen hieronder wonnen de Spiel des Jahres of het Kennerspiel des Jahres, of stonden op de nominatielijst. Dat is de belangrijkste bordspelprijs ter wereld, en een vakjury die al sinds de jaren zeventig hetzelfde soort spel beloont, zegt meer dan welke losse recensie ook.
Daarnaast telt hoe vaak een spel aan onze eigen tafels terugkomt. Eentje dat één keer indruk maakt en daarna in de kast blijft, is geen kandidaat voor een lijst met de beste bordspellen.
Het derde punt is hoe snel iemand meedoet die de regels nog niet kent. Alle tien zijn ze binnen een kwartier uitgelegd. Dat is niet toevallig; het is wat deze spellen gemeen hebben.
De top 5 bordspellen in het kort
Weinig tijd? Dit is de top 5 bordspellen uit de lijst hieronder, in het kort.
5. 7 Wonders. Iedereen kiest tegelijk een kaart en schuift de rest door. Speelt met zeven mensen net zo vlot als met drie.
4. Azul. Tegels pakken en een Portugese muur betegelen. Het mooiste materiaal van deze tien.
3. Ticket to Ride. Treinroutes claimen voordat een ander dat doet. Het eerste moderne bordspel van heel veel mensen.
2. Carcassonne. Eén tegel per beurt aanleggen en er een poppetje op zetten. Werkt van zeven tot zeventig.
1. Catan. Dorpen bouwen, grondstoffen ruilen en de hele avond onderhandelen. Nog altijd de beste eerste stap.
Hieronder staat de volledige lijst, van tien naar één, met per spel waarom het die plek verdient.
10. Wingspan
Je bouwt een vogelreservaat op waarin elke vogel die je speelt iets doet voor de vogels die er al zitten. Zaden, eieren en vismeel gaan heen en weer, en tegen het einde loopt jouw rij als een machientje die je zelf in elkaar hebt gezet.
Elizabeth Hargrave won er in 2019 het Kennerspiel des Jahres mee, de prijs voor de zwaardere categorie. Dat is geen detail: Wingspan is het lastigste spel van deze tien, en het staat daarom onderaan. Wie hier begint zonder eerdere ervaring, heeft een langere eerste partij dan bij de rest.
Wat het zo bijzonder maakt, zijn de 170 kaarten met echte vogelsoorten, met de weetjes en spanwijdtes erbij. Ze zijn met de hand getekend door Ana Maria Martinez Jaramillo, Natalia Rojas en Beth Sobel. Er zijn uitbreidingen met de vogels van Europa, Oceanië en Azië. Wingspan
9. Codenames
Twee teams, vijfentwintig woorden op tafel, en per team één speler die weet welke woorden van hem zijn. Die geeft één woord als hint plus een getal, en dan zit de rest te puzzelen op wat er in dat hoofd omging.
De spanning zit in de breedte van je hint. Geef je iets te ruims, dan wijst je team net zo goed een woord van de tegenstander aan, of erger nog: de moordenaar, waarmee je meteen verliest. Vlaada Chvátil won er in 2016 de Spiel des Jahres mee.
Dit is het spel dat we meegeven aan mensen die zeggen dat ze niet van bordspellen houden. Er is geen bord, er zijn geen fiches, er is alleen taal. Met varianten als Codenames Pictures en Codenames Duet is er voor bijna elke groep een uitvoering. Codenames
8. Splendor
Edelstenen verzamelen, kaarten kopen, en die kaarten maken je volgende aankoop weer goedkoper. Binnen vier beurten heb je door hoe het werkt; binnen tien partijen heb je nog steeds niet uitgevonden wat de beste route is.
Marc André maakte er in 2014 een spel van dat op de nominatielijst van de Spiel des Jahres belandde, in het jaar dat Camel Up won. Het is de kortste titel in deze top 10 qua uitleg: fiches pakken, kaart kopen, of een kaart reserveren. Meer opties heb je niet.
Juist die soberheid maakt het goed. Er is geen enkele beurt waarin je niets te kiezen hebt, en tegelijk is er geen enkele regel die je moet opzoeken. Splendor
7. Pandemic
Vier ziektes breken uit over de wereldkaart en jullie spelen samen tegen het spel. Iedereen heeft een eigen rol met eigen kunnen: de medic ruimt sneller op, de onderzoeker deelt makkelijker kaarten, de dispatcher schuift anderen over het bord.
Matt Leacock werd er in 2009 mee genomineerd voor de Spiel des Jahres, in het jaar dat Dominion won. Het is nog altijd het spel dat het beste laat zien wat coöperatief spelen doet met een tafel: je wint samen of je verliest samen, en dat verandert het gesprek volledig.
Let op één ding, want het is een bekend probleem: bij coöperatieve spellen neemt vaak de sterkste speler het hele plan over. Spreek af dat iedereen zijn eigen beurt bepaalt. Met Pandemic Legacy en de andere seizoenen kun je er daarna een campagne van maken. Pandemic
6. Dixit
Eén speler zegt een zin bij een kaart uit zijn hand. Alle anderen leggen een kaart die ook bij die zin zou kunnen passen, en dan raadt iedereen welke de echte was. Te duidelijk en iedereen raadt goed, wat niets oplevert. Te vaag en niemand raadt goed, wat ook niets oplevert.
Jean-Louis Roubira won er in 2010 de Spiel des Jahres mee. De illustraties zijn droomachtig en soms ronduit vreemd, en dat is precies de bedoeling: hoe meer een plaatje open ligt voor uitleg, hoe beter het spel werkt.
Wat er aan tafel gebeurt, is moeilijk te voorspellen. De ene avond komen er alleen maar grappen, de andere avond zit iemand ineens een herinnering op te halen bij een tekening van een boot. Met de uitbreidingen loopt het aantal kaarten flink op. Dixit
5. 7 Wonders
Iedereen krijgt een handvol kaarten, kiest er tegelijk eentje uit, en schuift de rest door naar de buurman. Drie tijdperken lang bouw je zo aan een stad, aan wetenschap, aan een leger of aan je wereldwonder.
Omdat alle spelers tegelijk kiezen, duurt een partij met zeven mensen net zo lang als een partij met drie. Dat is zeldzaam. Antoine Bauza won er in 2011 het Kennerspiel des Jahres mee, in het allereerste jaar dat die prijs bestond.
De eerste partij voelt onoverzichtelijk door alle symbolen. Vanaf de tweede zie je in één oogopslag wat je buurman aan het opbouwen is, en dan begint het echte spel. Speel je vaker met z'n tweeën, dan is 7 Wonders Duel de betere doos. 7 Wonders
4. Azul
Tegels pakken van schoteltjes in het midden, ze op je eigen bord leggen en zo een Portugese muur betegelen. Alles wat je pakt maar niet kwijt kunt, valt op de vloer en kost je punten.
Michael Kiesling won er in 2018 de Spiel des Jahres mee. De dikke tegeltjes voelen als iets uit een winkel waar je normaal niet komt, en dat maakt het spel meteen aantrekkelijk voor mensen die nog nooit iets modernere dan Rummikub hebben gespeeld.
Vergis je niet in de zachte uitstraling. Er is één gemene beweging in dit spel: precies zoveel tegels op tafel laten liggen dat je tegenstander er wel eentje moet pakken die hij niet kan gebruiken. Wie dat doorheeft, wint. Azul
3. Ticket to Ride
Gekleurde kaarten verzamelen, treinroutes claimen en stiekem hopen dat niemand jouw traject inpikt voordat je genoeg kaarten hebt. De regels passen op één blaadje: pakken, bouwen of nieuwe opdrachten trekken.
Alan R. Moon won er in 2004 de Spiel des Jahres mee, en het is sindsdien voor heel veel mensen het eerste moderne bordspel geweest. De spanning loopt op zodra de routes schaars worden en je nog één stukje nodig hebt tussen twee steden.
Er zijn edities voor bijna elk werelddeel. Ticket to Ride: Europa voegt tunnels en veerboten toe en is voor veel spelers de betere versie om mee te beginnen. Er is zelfs een uitgave met de kaart van Amsterdam. Ticket to Ride
2. Carcassonne
Elke beurt trek je één tegel, legt hem aan het landschap dat er al ligt, en zet er eventueel een poppetje op. Zo groeien er steden, wegen en kloosters in Zuid-Frankrijk, en zo pik je af en toe een stad in die iemand anders bijna af had.
Klaus-Jürgen Wrede won er in 2001 de Spiel des Jahres mee. Ruim twintig jaar later is het nog steeds het spel dat we aanraden aan iemand die één doos wil kopen waar zowel een kind van zeven als een opa van zeventig mee kan spelen.
De kracht zit in het feit dat elke beurt hetzelfde is en toch nooit hetzelfde uitpakt. Voor jongere kinderen bestaat Carcassonne Junior, dat vijftien minuten duurt en het afpakken eruit haalt. Carcassonne
1. Catan
Dorpen en steden bouwen op een eiland, grondstoffen verzamelen met dobbelstenen en de rest van de avond onderhandelen. "Twee schapen voor een erts, iemand? Kom op, dat is een prima ruil."
Klaus Teuber bracht het in 1995 uit bij Kosmos en won er datzelfde jaar de Spiel des Jahres mee. Per 2020 waren er wereldwijd meer dan 32 miljoen dozen verkocht, in veertig talen. Dat is geen willekeurig succes: Catan is het spel dat buiten Duitsland liet zien dat een bordspel ook iets anders kon zijn dan gooien en lopen.
Waarom nummer één? Omdat je nooit stil zit. Ook als je niet aan de beurt bent, kan iemand jou iets aanbieden, en dan zit je alsnog te rekenen. Het bord ligt elke partij anders, dus uitgekeken raak je niet. Catan
De mooiste bordspellen van deze lijst
Als je puur op uiterlijk zou kiezen, ziet de volgorde er anders uit. De mooiste bordspellen in deze top 10 zijn wat ons betreft Azul, Wingspan en Dixit.
Bij Azul zit het in het materiaal: dikke, zware tegels in kleuren die je wilt aanraken. Bij Wingspan in de kaarten, met 170 vogels die stuk voor stuk apart getekend zijn en een vogelhuisje waar de dobbelstenen in rollen. En Dixit heeft geen mooi spelmateriaal maar mooie plaatjes, wat iets anders is: die tekeningen zijn de reden dat het spel werkt.
Wie een spel cadeau geeft aan iemand die nog niets van bordspellen weet, kiest zelden verkeerd met een van deze drie.
Waar begin je?
Deze top 10 bordspellen loopt van licht naar zwaar, dus je kunt van onderen naar boven werken. Heb je nog nooit iets moderners dan Monopoly gespeeld, begin dan bij Carcassonne of Ticket to Ride. Allebei in tien minuten uitgelegd, allebei binnen een uur klaar.
Speel je meestal met een grote groep of op verjaardagen, dan is Codenames de betere eerste aankoop; die doet het met acht mensen net zo goed als met vier. Zoek je juist iets waar je samen tegen het spel vecht, dan is Pandemic het antwoord.
Vind je deze tien te braaf en wil je zien waar de hobby zelf op stemt, dan is dat de bordspellen top 100 van BoardGameGeek. Zoek je juist samenwerken in plaats van tegen elkaar, dan staan die apart in de beste coöperatieve bordspellen. En hoort er bij jou een klassieker van vroeger op tafel, kijk dan bij de oude bordspellen. Wat er deze maand is binnengekomen staat bij nieuw binnen.
Wil je iets korters en luchtigers dan deze lijst, kijk dan bij onze leuke bordspellen. Zoek je juist een stap zwaarder, dan staan die in bordspellen voor volwassenen en daarna in de top 10 voor experts. En speciaal voor aan de keukentafel met kinderen erbij hebben we de familiespellen op een rij gezet.
