Doolhof Junior spelregels
11 juli 2025

2 tot 4 spelers · vanaf 4 jaar · 15 minuten · kinderspel
Een doolhof dat elke beurt verandert, met twaalf geheimen erin verstopt. Meer uitleg heeft een vierjarige niet nodig.
Klaarzetten in één minuut
- Leg de gangenkaarten op de lege vakken van het bord, in willekeurige volgorde. Er blijft één kaart over: dat is de schuifkaart.
- Schud de twaalf ronde geheimen en leg ze op een stapel naast het bord, plaatje naar beneden.
- Iedereen kiest een figuur en zet die op het hoekvak met dezelfde kleur.
- Draai het bovenste geheim om. Dat plaatje zoekt iedereen nu tegelijk.
Zo speel je een beurt
In het kort: schuif de losse gangenkaart bij een gele pijl het bord in. Loop dan met je figuur zo ver als de gangen open zijn. Sta je op het plaatje van het open geheim, dan is het van jou.
Schuiven komt altijd vóór lopen, ook als je zonder schuiven al bij het plaatje kon.
- Pak de schuifkaart en duw die bij een gele pijl het bord in. Aan de overkant komt een kaart uit het bord: dat is de schuifkaart voor de volgende speler.
- Eén plek is verboden: de kant waar de kaart er net uit kwam. Daar terugschuiven mag niet, want dan maak je de zet van de vorige speler meteen ongedaan.
- Stond er een figuur op de kaart die eruit schoof? Zet die op de kaart die je net hebt ingeschoven. Dat mag ook je eigen figuur zijn, en het telt niet als lopen.
- Loop nu met je figuur. Je mag zo ver als je wilt, zolang de gangen open zijn, en blijven staan mag ook. Door muren kom je niet. Meerdere figuren op één vak is prima.
- Sta je op het vak met het plaatje van het open geheim? Pak het geheim en leg het voor je neer. Draai het volgende geheim om.
- Niet gehaald? Dan probeert de volgende speler hetzelfde geheim te halen, met de nieuwe schuifkaart.
Spelhulp voor vanavond
Schuiven: wat mag wel en niet
De schuifregels op één scherm, voor als niemand het boekje kan vinden.
Schuiven: wat mag wel en niet
| Inschuiven bij een willekeurige gele pijl | Ja |
| Terugschuiven aan de kant waar de kaart er net uit kwam | Nee |
| Twee keer achter elkaar dezelfde rij, vanaf de andere kant | Nee, dat is terugschuiven |
| Een rij schuiven waar een andere speler in staat | Ja, die figuur schuift mee |
| Een figuur die eraf schuift op de nieuwe kaart zetten | Ja, verplicht, telt niet als zet |
| Niet schuiven omdat je al bij het plaatje kunt | Nee, schuiven is verplicht |
| Na het schuiven blijven staan in plaats van lopen | Ja |
Mail me de spelhulp en de korte spelregels
Je krijgt er de Flessenpost bij: één mail per week met nieuwe spelregels, een spelhulp en één spel dat past bij wat je al hebt. Afmelden kan altijd.
Wanneer is het afgelopen
Zodra iemand het laatste geheim pakt, stopt het spel meteen. Tel de geheimen die voor je liggen: wie de meeste heeft, wint. Over een gelijke stand zegt het regelboekje niets; wij delen dan de winst, of we spelen een kort tweede potje met de helft van de geheimen.
Veelgestelde vragen
Mag ik de kaart terugschuiven waar hij er net uit kwam?
Nee. Dat is de enige plek die verboden is, zodat de zet van de speler voor je minstens één beurt blijft staan. Elke andere gele pijl mag, ook een pijl aan dezelfde kant van het bord.
Wat gebeurt er als mijn figuur van het bord wordt geschoven?
Je figuur valt niet af. Wie schuift, zet hem op de kaart die net is ingeschoven, dus aan de andere kant van dezelfde rij of kolom. Dat telt niet als een zet: je komt gewoon aan de overkant weer tevoorschijn.
Moet ik schuiven als ik al bij het plaatje kan?
Ja. Schuiven is verplicht en gaat altijd vóór het lopen. Kies dan een rij of kolom waar je eigen route niet door verandert, of waar een ander juist last van heeft.
Wat is het verschil met De betoverde doolhof?
Het schuiven is hetzelfde, het verschil zit in de schatten. In het grote spel heeft iedereen een eigen stapel schatkaarten die alleen jij bekijkt, en wie ze allemaal heeft en als eerste terug op zijn startvak staat, wint. In Doolhof Junior ligt één geheim open en zoekt iedereen hetzelfde plaatje, op een kleiner bord met 17 gangenkaarten in plaats van 34. Wil je alvast oefenen voor het grote spel, dan staat die regel in het boekje als moeilijke variant.
Werkt het echt met een kind van vier?
Ja, als je het rustig opbouwt. Speel de eerste keer met een deel van de geheimen, bijvoorbeeld de helft, zodat het potje kort blijft. Houd het bord vast terwijl je kind de schuifkaart met twee handen duwt. Wijs bij het lopen met een vinger de gang mee; na een paar potjes doen ze dat zelf.
Tips voor gevorderden
- Kijk voor je schuift eerst waar het plaatje ligt en welke rij of kolom die kaart kan verplaatsen. Vaak is één schuif genoeg om een gang open te leggen.
- Schuif een rij waar een tegenstander in staat. Die verhuist mee en staat ineens een stuk verder van het plaatje af.
- Sta je al naast het plaatje en ben je niet aan de beurt? Reken erop dat iemand jouw rij verschuift. Twee routes openhouden is beter dan één.
- Speel je met een vijfjarige, laat die dan hardop zeggen waar het plaatje ligt en welke pijl het kiest, voordat het duwt. Zo leert een kind vooruitdenken zonder dat jij ingrijpt.
Spelen jullie een huisregel die hier niet in staat, of klopt er iets niet? Laat het ons weten, dan passen we het aan.
Volgende spelavond
Wat spelen we hierna?
Vijf vragen, dertig seconden, en je hebt drie spellen die passen bij wie er vanavond aan tafel zit.
Naar de spelzoekerSpelhulp nog niet gepakt?
Mail hem jezelf, samen met de korte spelregels.

