Dewan review: elke goede plek is er maar één keer
14 september 2026 · Bijgewerkt 14 september 2026

Er bestaat een soort rekensom die je alleen aan een speltafel maakt. Je wilt van hier naar daar, dat zijn vier vakken, dus vier kaarten. Je hebt er drie. De vierde moet een berg zijn, en in de open rij ligt geen berg. En je buurvrouw kijkt naar hetzelfde vak als jij. Moeilijk is die som niet. Een kind van tien kan hem maken, en dat zegt de doos ook. Wat de doos er niet bij zegt: je maakt hem in veertig minuten zo'n veertig keer, en een stuk of tien keer is het antwoord nee.
Eigenlijk is Dewan een spel over dat nee, en over wat je daarna doet. Deze Dewan review gaat over de zes partijen die wij ermee speelden, met z'n tweeën, met z'n drieën en met z'n vieren. Eén moment kwam elke keer terug: je weet precies welk vak je wilt, en je hoopt dat niemand anders het ook wil.
Space Cowboys bracht het spel begin 2026 breed uit, nadat een kleine oplage op Spiel Essen in het najaar van 2025 binnen een paar dagen was uitverkocht. Sindsdien heeft het in Nederland een prijs gewonnen en een nominatie gekregen. Daarover straks meer, want eerst de vraag die je hier bracht: is het wat?
Wat is Dewan?
Dewan is een tactisch spel over kampen en terrein voor 2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar. Je leidt een kleine, rondtrekkende stam in een wereld die de natuur heeft teruggepakt. Hier en daar liggen nog resten van vroeger in het landschap, artefacten noemt het spel ze, en niemand in het spel lijkt zich daar druk om te maken. Jij ook niet. Jij bent bezig met kampen neerzetten op een kaart van grote zeshoekige tegels die er iedere partij anders bij ligt, met vijf soorten terrein: canyon, berg, woestijn, bos en water.
Achter het spel zitten twee Fransen die je misschien van heel ander werk kent. Johannes Goupy maakte Faraway, Yoann Levet bedacht Turing Machine en Myrmes. Een luchtig kaartspel, een deductiemachine en een zware mierenkolonie, en hier komen ze ergens in het midden uit. De illustraties zijn van Arthus Pilorget, en die verbergen een klein geheim: op elke verhaaltegel staan precies zoveel mensen als de tegel punten oplevert, en precies zoveel lichtjes als hij vuur geeft. Je kunt het hele spel spelen zonder dat te zien. Zodra je het wel ziet, kijk je nooit meer anders naar die tegels.
De naam is trouwens geen oud woord voor wat dan ook. De werktitel was First Culture. Iemand bij de studio stelde "Day One" voor, iemand anders sprak het uit met een Frans accent, en zo heette het volk ineens Dewan. Het spel is naar de woordgrap vernoemd, niet andersom.
Dat het aanslaat, zie je aan de prijzenkast. De vakjury van Speelgoed van het Jaar 2026 koos Dewan als winnaar bij de kenner- en strategiespellen, en het staat op de shortlist van de Nederlandse Spellenprijs 2026 in de categorie Kenners. In Duitsland liep de Spiel des Jahres-jury er beleefd aan voorbij. Dat zegt eigenlijk precies waar het staat: een heel goed instapspel met een extra laag, geen zwaargewicht.
| Ontwerpers | Johannes Goupy en Yoann Levet |
| Illustraties | Arthus Pilorget |
| Uitgever | Space Cowboys (2026) |
| Spelers | 2 tot 4 |
| Speeltijd | 40 tot 45 minuten |
| Leeftijd | vanaf 10 jaar |
| Prijzen | Speelgoed van het Jaar 2026 (vakjury, kenner- en strategiespellen); genomineerd Nederlandse Spellenprijs 2026 (Kenners) |
| Beoordeling op BGG | 7,4 (2.197 stemmen, september 2026) |
Hoe speel je Dewan?
De uitleg past op een bierviltje. In je beurt doe je één van twee dingen. Of je pakt twee terreinkaarten uit de open rij van zes, en die moeten naast elkaar liggen. Dat klinkt als een voetnoot, tot de twee kaarten die jij wilt aan weerszijden van de rij liggen als twee ooms die elkaar op een bruiloft ontwijken. Of je plaatst een kamp. Je vertrekt bij een kamp dat je al hebt staan, kiest een leeg vak en loopt erheen. Voor elk vak onderweg, vertrekpunt en bestemming meegerekend, leg je een kaart af van dat terrein. Vier vakken, vier kaarten. Water is de uitzondering: met één waterkaart steek je een heel meer over, hoe groot ook. Daardoor worden de natte stukken van de kaart snelwegen, en is iedereen aan tafel ineens erg geïnteresseerd in aardrijkskunde.
Dan is er de tol. Loopt je route door het kamp van een tegenstander, dan gooi je de kaart voor dat vak niet weg. Je geeft hem aan die speler. De regel kost één zin om uit te leggen en de rest van de partij om te begrijpen. Blokkeren bestaat nog steeds, want een bezet vak blijft bezet, maar langs iemand heen trekken is niet verboden, alleen belast. En de belasting gaat naar degene die je passeert. Wat in een ander spel een rotstreek zou zijn, wordt hier een klein handeltje. Je zit uit te rekenen of een boskaart in de hand van je buurvrouw erger is dan de omweg. Dat hangt ervan af of zij bos nodig heeft, en ze is niet gek, dus ze zegt niks.
Punten haal je vooral uit verhaaltegels: kleine geïllustreerde opdrachten die je uit een open rij kiest. Kampen in drie verschillende bossen, kampen naast twee verschillende meren, dat werk. Iedereen ziet waar jij op jaagt. Eén kamp mag voor meerdere tegels tegelijk tellen, en daar zit het vakmanschap: dat ene vak vinden dat drie hokjes afvinkt. En daar zit ook de pijn, als iemand anders erop gaat zitten. Je tweede, vierde en zesde kamp leveren een nieuwe tegel op. Bij je derde, vijfde en zevende schuif je een kaart onder je bord, zodat dat terrein voortaan telt alsof je er staat. Een kleine troost voor de plek die je niet haalde. Zodra iemand zijn negende kamp neerzet, wordt de ronde afgemaakt en tel je op: voltooide tegels, vuur, groepen kampen die aan elkaar grenzen en bessen. Vier bronnen, geen puntensalade.
Wat werkt goed aan Dewan
Negen kampen. Dat is minder dan het klinkt. Een paar daarvan zet je alleen neer om ergens te komen, dus elk kamp moet twee of drie keer nuttig zijn. Een loze beurt bestaat niet. Zelfs de beurten waarin je kaarten pakt, in een ander spel dode tijd, hebben hun eigen spanning. Elk paar dat jij pakt, laat een ander paar liggen voor de rest, en het is een beurt waarin jij niets neerzette. Bij ons ontstond daardoor een ritme aan tafel: iemand pakt, de rest kijkt wat er gepakt is en telt uit welk vak daardoor ineens bereikbaar werd. Een Nederlandse recensent op Bordspelmania vergeleek dat gevoel met Ticket to Ride en Wolven, alleen vlotter. Daar konden we ons na een paar partijen goed in vinden.
Uitleggen duurt vijf minuten, en die uitleg liegt niet. Twee acties, één pagina puntentelling, en een regelboekje dat is nagekeken door Paul Grogan van Gaming Rules!, het soort vermelding dat niemand leest en waar iedereen van profiteert. Het materiaal draagt die eenvoud goed. Houten kampen, dubbellaagse stambordjes met sleuven voor je kaarten, en alles werkt op iconen. Er staat geen zin tekst op een kaart of tegel die je moet lezen om te kunnen spelen.
En dan zitten er nog vier scenario's in de doos. Een vulkaan waarvan de lava vakken voorgoed opeet. Een stortbui die het land vak voor vak onder water zet, bedacht (zegt de studio) na een mierenplaag bij een ontwikkelaar thuis die pas ophield toen het ging plenzen. Dorpen die je op het meer bouwt. En een 2-tegen-2 modus waarin je samen met een partner scoort. Het regelboekje zegt dat je dat allemaal in de doos laat bij je eerste partij. Goed advies, en ook een belofte. Wij pakten de teammodus als eerste, en die gaf meteen een heel ander spel: ineens wil je juist dat iemand door je kamp trekt.
Wat schuurt bij Dewan
Het thema is decor, en het spel weet dat. Kampen, bessen, vuur en verhalen vormen samen een nette woordenschat, en de tegels van Pilorget zijn echt kleine tafereeltjes, maar tijdens het spelen voelt niets als een stam die iets overleeft. Het voelt als een efficiëntiepuzzel in een hele mooie jas. Meerdere recensenten noemen het om die reden koel en rekenkundig, en dat herkennen we. Hoop je op een verhaal dat je meeneemt, dan kom je bedrogen uit. Ons stoorde het na de eerste partij niet meer.
Met z'n tweeën is het krap. Sommige mensen vinden die benauwdheid juist lekker, anderen zeggen dat het spel dan plat valt. Door de schaarste aan terrein zijn sommige verhaaltegels bovendien bijna niet te halen. Dat overkwam ons zelfs in een partij met drie: het landschap lag zo dat een tegel gewoon niet te maken was. Dan lig je een tegel achter zonder dat je iets fout deed, en daar heeft het spel geen antwoord op.
De open rij is geluk, en het spel verontschuldigt zich daar niet voor. Een inhaalmechanisme is er niet. Eén verkeerde plaatsing halverwege kan je zonder weg terug laten zitten, en dat is lastig uit te leggen aan een tienjarige die hem net heeft gemaakt. Dezelfde krapte die de puzzel zo goed maakt, zorgt er ook voor dat sommige mensen heel lang naar zes kaarten staren. Analyseverlamming ligt op de loer, ook al zijn er maar twee acties.
Voor wie is Dewan geschikt?
Voor gezinnen met kinderen die Ticket to Ride ontgroeid zijn en iets met meer pit zoeken, om te beginnen. En voor iedereen die stilletjes trots is als één plaatsing drie opdrachten tegelijk afmaakt. Het wil drie of vier mensen aan tafel; op BGG stemt de gemeenschap "het beste met drie", en dat voelt ongeveer goed. Speel je vrijwel altijd met z'n tweeën, probeer het dan eerst gratis op Board Game Arena, waar het al ruim veertigduizend keer is gespeeld. Daarna weet je of die krapte voor jou een pluspunt of een minpunt is. Ervaren spelers van zware euro's zullen het bewonderen, drie keer spelen en verder gaan. Dat is geen kritiek, eerder een voorspelling.
Dewan kopen bij Kapitein Spel
Dewan ligt bij ons in het Nederlands in de winkel: Dewan (NL). Er is ook een Engelstalige editie, en die speelt aan een Nederlandse tafel precies hetzelfde, want op de kaarten en tegels staat geen woord tekst. Alleen het regelboekje verschilt, en dat leg je na één uitleg toch weg.
Nog aan het rondkijken? Dewan staat bij ons tussen de strategiespellen en de familiespellen. Zoek je iets voor een vast aantal spelers, kijk dan bij bordspellen voor 2 personen of bordspellen voor 4 personen.
Het oordeel over Dewan
Dewan zit op de stoel tussen het familiespel en het hobbyspel, en dat is een lastige stoel. De meeste spellen die daar willen zitten, stellen uiteindelijk beide kanten teleur. Dewan zit er ontspannen, doet zijn negen kampen werk en staat op voordat het gaat vervelen. Na een stuk of zes partijen weten we ook precies waar het goed in is: je een beurt lang laten twijfelen tussen nog twee kaarten pakken of nu al zetten. Verlies je, dan was het meestal die ene keer dat je wachtte.
Een spel over precies genoeg kaarten, met één les: wie wacht, is zijn plek kwijt.
