Codenames spelregels: zo speel je het
15 juni 2026
Het korte antwoord
In Codenames spelen twee teams tegen elkaar. Op tafel ligt een raster van vijfentwintig woordkaarten en elk team heeft een paar eigen woorden. Eén hintgever per team geeft telkens één woord plus een getal, de rest raadt. Het team dat als eerste al zijn eigen woorden aanwijst, wint het potje. Hieronder lees je precies hoe je het opzet en speelt.
Wat zit er in de doos
Je hebt een set woordkaarten, een rek of stapel om ze in een vierkant van vijf bij vijf neer te leggen, en een aantal gekleurde kaarten waarmee je de woorden van de teams aanwijst. Verder zit er een geheime sleutelkaart in: een klein kaartje dat laat zien welke woorden bij welk team horen. Alleen de hintgevers mogen die zien. Meer heb je niet nodig om te beginnen.
De opzet
Verdeel iedereen in twee teams, rood en blauw. Probeer de teams ongeveer even groot te maken. Elk team kiest één hintgever. Die twee gaan naast elkaar zitten, want zij delen straks dezelfde sleutelkaart.
Leg vijfentwintig woordkaarten in een vierkant van vijf bij vijf op tafel. Zet de sleutelkaart rechtop tussen de twee hintgevers, zo dat alleen zij hem zien. Op die kaart staat een raster met kleuren. Rode vakjes zijn de woorden van het rode team, blauwe die van het blauwe team. De lichte vakjes zijn neutrale omstanders. En er is één zwart vakje: dat is de moordenaar, het woord dat je absoluut nooit mag laten aanwijzen.
Het team dat aan de beurt is om te beginnen heeft één woord meer dan de ander. Dat team start dus met een kleine achterstand om in te halen.
Hoe een beurt verloopt
Een beurt begint altijd bij de hintgever. Die kijkt naar het raster en bedenkt een hint die meerdere eigen woorden tegelijk dekt. Een hint bestaat uit precies één woord plus een getal. Het woord is een aanwijzing, het getal zegt hoeveel kaarten ermee te maken hebben.
Een voorbeeld. Liggen “appel”, “banaan” en “kers” op tafel en zijn dat alle drie jouw woorden, dan zeg je “fruit, 3”. Je team gaat dan op zoek naar drie kaarten die bij “fruit” passen. Ze wijzen er één tegelijk aan en zeggen hardop waarom.
Wijst je team een goed woord aan, dan leg je daar een gekleurde kaart van jouw team op en mogen ze doorgaan. Per beurt mogen ze één meer raden dan het getal in de hint, voor het geval er nog een woord van een eerdere ronde open ligt. Wijzen ze een neutraal woord aan, dan stopt de beurt en is het andere team aan zet. Wijzen ze per ongeluk een woord van de tegenstander aan, dan helpen ze die juist vooruit. En wijzen ze de zwarte moordenaarskaart aan, dan verliest hun team meteen het hele spel.
Belangrijk: de hintgever mag tijdens het raden niets zeggen en geen gezichten trekken. Alleen het ene hintwoord en het getal, verder niets. Daarna is het aan het team.
Hoe je wint
Het team dat als eerste al zijn eigen woorden heeft aangewezen, wint het spel. Meestal heeft het ene team er negen en het andere acht, omdat het startteam er eentje meer heeft. Je kunt ook winnen doordat de tegenstander de zwarte moordenaarskaart aanwijst, want dan verliezen zij direct. Een potje duurt zo een kwartier, en je speelt er gemakkelijk een paar achter elkaar.
Tips voor je eerste potje
Begin als hintgever rustig. Een hint die maar twee woorden dekt en die zeker landt, is vaak beter dan een gewaagde hint voor vier woorden die je team de verkeerde kant op stuurt. Aan de radende kant geldt: denk hardop en luister naar elkaar. De mooiste momenten ontstaan als iemand ineens ziet wat de hintgever bedoelde.
Spreek vooraf even af hoe veilig of gewaagd je wilt spelen. De ene groep gaat voor zekere punten, de andere durft een hint voor vier woorden aan. Beide kunnen, als iedereen aan tafel hetzelfde verwacht. Zo voorkom je dat een rader te ver doorgaat op een hint die maar voor de helft bedoeld was.
Houd ook de zwarte kaart in je achterhoofd. Twijfel je tussen twee woorden en zou een van de twee de moordenaar kunnen zijn, stop dan liever. Een beurt overslaan is niet erg, een verloren spel wel.
Varianten om verder te spelen
Speel je vaak met z’n tweeën, dan is het basisspel niet ideaal, want dan valt het gezamenlijke raden weg. Kies in dat geval Codenames: Duet, waarin je samen tegen het spel speelt in plaats van tegen elkaar.
Spelen er jonge kinderen mee of mensen die niet zo van woorden houden, dan is Codenames: Pictures een prettige instap. Daar raad je geen woorden maar vreemde plaatjes, wat de taaldruk eruit haalt. Wil je daarna iets met meer denkwerk, dan kun je doorgroeien naar Decrypto (NL), een ander woordspel waarbij je codes kraakt. Maar voor je eerste kennismaking met dit soort spellen is Codenames precies goed: in vijf minuten uitgelegd en meteen leuk.
